Terminale patienten vol levenslust willen de nakende doodbespreekbaar maken
In
hun omgeving lopen velen er liever met een wijde boog omheen. Maar
Patrick Verdonck (47) en Kim Gosselin (24) lieten de camera's hun
vergeefse strijd tegen kanker volgen omdat schroom niemand helpt.
foto's eric de mildt 'Je
kan leven met doodgaan. Op een bepaald moment leg je je erbij neer. Je
aanvaardt dat je niet meer zult genezen. Niet lang voor ik ziek werd,
heb ik mijn moeder verloren aan kanker. “Jongens,, had ze gezegd tegen
mijn broer en mij, “trek jullie dat niet zo aan, ik heb aanvaard dat ik
er binnenkort niet meer zal zijn en ik vind dat niet erg., Ik geloofde
haar niet. Ze zegt dat om het ons gemakkelijker te maken, dacht ik.
Maar nu ik het zelf meemaak, begrijp ik haar maar al te goed.'
Wat
weet je over doodgaan, zolang je het niet zelf doet? En als je het niet
weet, hoe kan je er dan op een gepaste manier over praten? Patrick
Verdonck (47) werkte mee aan
Doodgraag Leven, het
Een-programma
dat vijf terminale patiënten een jaar lang volgt. Hij heeft een
ongeneeslijke darmkanker. 'Mensen weten niet altijd wat te zeggen. Het
is niet eenvoudig. Wat moet je zeggen?'
Voor de
paarse jaren, toen voor het eerst openlijk gepraat werd over de grenzen
van leven en dood, over euthanasie en palliatieve zorg, rustte op
sterven een taboe. Ondertussen is dat stilzwijgen doorbroken, maar in
huiskamers waar een van de familieleden ongeneeslijk ziek is, blijft
het vaak nog akelig stil. Sterven is misschien geen taboe meer,
bespreekbaar is het nog altijd niet. Laat dat nu de verdienste zijn van
Doodgraag Leven.
'Ik ga dood. Ik heb dat
nooit zo expliciet uitgesproken', zegt Patrick. 'Maar ik heb aan mijn
arts op een bepaald moment wel gevraagd welke overlevingskans ik had.
Ik wilde met een vriend een tweede zaak beginnen en moest weten waar ik
aan toe was.' Hij leeft ondertussen in extra time - volgens de
statistieken had hij al dood moeten zijn. Laconiek voegt hij eraan toe:
'Sterven is geen exacte wetenschap.'
'Ik ga er soms
misschien luchtig over. Zo ben ik. Ik heb een zwarte humor, en ik ben
niet veranderd omdat ik terminaal ben. Maar dat krijg je niet altijd
uitgelegd aan mensen. “Oh, ze vinden nog wel een wondermiddel,
Patrick,, sussen ze dan.'
'De ene kan er
gemakkelijker mee om dan de andere', zegt Kim Gosselin. Hij is met zijn
24 de jongste van het programma. Kim heeft een zeldzame
neus-keelkanker, met uitzaaiingen in de longen. Hoe lang hij nog te
leven heeft, wil hij niet weten. 'Ik heb geen zin om te zitten
aftellen'. Maar hij weet dat hij niet meer zal genezen.
'Ik
wil dat mensen tegen mij doen zoals vroeger en ik heb hun dat ook
gezegd. Doe gewoon, praat met mij over koetjes en kalfjes. Uiteraard
kan er gesproken worden over mijn ziekte. Maar niet alléén daarover.
Sommigen hebben het daar lastig mee. Sommigen zijn heel erg
beschermend. Of ze hebben medelijden. Ik heb daarmee leren leven. Je
kan mensen niet veranderen.'
Tot kerstZe hadden elk hun eigen redenen om mee te werken aan
Doodgraag Leven.
Kim wilde gezonde mensen tonen dat ze moeten genieten voor het te laat
is. Hij wil de overheid duidelijk maken dat ze terminale patiënten de
administratieve rompslomp moet besparen. 'Ik moet me nog altijd melden
bij de controlearts, zoals mensen met een griepje die in ziekteverlof
zijn. Dan zeg ik tegen de arts: ik ga dood, en dan kan ik weer
beschikken. Moet dat echt?'
Maar bovenal willen
Kim en Patrick het 'vertekende beeld' bijstellen over mensen die
palliatief zijn. 'Het is niet zoals in een slechte weekendfilm,' zegt
Patrick. 'Wij liggen niet de hele tijd aan het bed gekluisterd,
wachtend tot we doodgaan. Mensen denken dat er niets is naast de
ziekte, maar dat is niet zo. We genieten. We leven graag.'
'Soms
sta ik voor de spiegel en moet het weer even bezinken dat ik eigenlijk
zwaar ziek ben,' zegt Kim. 'Vooral op dagen dat ik me goed voel.' Hij
is er niet elke minuut van elke dag mee bezig. 'Ik wil genieten van de
tijd die ik heb, en ik wil die doorbrengen als een normaal mens. Ik
lees graag strips en kijk graag films, ik verzamel ze ook. Ik breng
veel tijd door met mijn vriendin Anneke, we gaan samen weg, of met
vrienden. Het zijn geen grootse dingen. Ik leef zoals mensen die met
pensioen zijn', glimlacht hij.
'Ik maak soms nog
wel plannen, onbewust. Dan lopen Anneke en ik voorbij een winkel met
kinderkleren. 'Dat zou ik ons kind nooit aantrekken', zeg ik dan. 'Tot
ik besef dat ons kind er niet zal komen. Ik durf hoogstens een half
jaar vooruit te denken. Ik maak voorzichtige plannen voor kerst, niet
verder. Want ik weet niet hoe ik me dan zal voelen. Ik weet niet of ik
er nog zal zijn. Ik neem de dagen zoals ze komen. Een goeie dag is een
goeie dag.'
Kim weet dat er een dag zal komen dat
het niet meer beter wordt, maar dat is niet nu. 'Ik leef minder
afgejaagd dan vroeger, maar het feit dat ik geen vooruitzichten heb,
werkt ook demotiverend. Ik ben altijd heel ondernemend geweest. Die
creativiteit kan ik niet meer kwijt. Want ik wil niet met iets
beginnen, waarvan ik niet weet of ik het nog tot een goed einde kan
brengen.'
'Het beste is om gewoon te blijven doen
wat je voorheen deed, tenzij je daar een hekel aan had', vindt Patrick.
'Ook voor ik kanker had, haalde ik alles uit het leven wat erin zit. Ik
was een workaholic, maar ook een levensgenieter. Ik leefde toen al
zoals ik wilde leven, en dat doe ik nu ook.'
VetorechtPrecies
omdat de programmamakers deze boodschap willen geven, 'dat er leven is
voor de dood', besliste Patrick uiteindelijk om mee te werken. Hij had
getwijfeld. 'Als er vroeger een camera in de buurt was, verstopte ik
me. Er zijn weinig foto's van mij. Mijn verpleegster en goeie vriendin
Sabine trok me over de streep. 'Wat ik mis', had ze op een dag gezegd
over haar overleden vader, 'is iets tastbaars.' Misschien willen mijn
zonen of mijn broer deze beelden nu niet bekijken, maar ze weten dat ze
er zijn. Misschien kan het hen later helpen.'
'Ik
had veel vertrouwen in de productieploeg. We hadden goede afspraken
gemaakt. Ik deed gewoon wat ik altijd deed en zij zeiden dan op
voorhand of ze kwamen filmen. Als ik geen zin had die dag, gingen de
opnames niet door. Als ze bezig waren, konden we op elk moment
afbreken. We hadden een vetorecht op de beelden. Ik heb dat niet
gebruikt. De opnames waren heel sereen. Er is niks ingefluisterd of
gerepeteerd. Niets in scène gezet.'
Of ze er hadden
mogen bij blijven, als hij tijdens de opnameperiode echt stervende was
geweest? 'Ik weet het niet. Ik heb ooit een documentaire gezien op de
Evangelische Omroep, waarbij het sterven van een man gevolgd werd. Ik
ben blijven kijken, ja, maar achteraf dacht ik: wat heb ik hier nu aan
gehad? Dat wil ik doen met dit programma: mensen die hetzelfde
meemaken, steun geven.'
Voor Kim is zijn openheid
no big deal.
'Er was niks dat ze niet mochten filmen. Mijn generatie is opgegroeid
met het internet. We gooien ons leven op het net, we posten foto's van
al wat we doen, we schrijven blogs vol met hoe we ons voelen. Dit is
een deel van mijn leven. Het zou pas vreemd zijn als ik het verborgen
hield.'
Dat Kim Gosselin de schouders ophaalt bij
de vraag naar privacy, verwondert huisarts Marc Cosyns niet. 'Het zijn
vooral jongeren die eisen dat doodgaan niet meer wordt toegedekt. Het
houdt hen bezig, dus ze willen niet dat dit onder de mat wordt geveegd.
Ze willen ook niet dat er medelijdend wordt gedaan. Ze willen er
openlijk over kunnen praten, op momenten dat zij dat nodig hebben, en
dan verder gaan met leven.'
Maar in hun omgeving
lopen velen er liever met een wijde boog omheen. Terminaal zieken
confronteren mensen met hun eigen sterfelijkheid. 'Ze denken ook dat ze
de patiënt belasten door erover te spreken, dus vermijden ze het.
Terwijl hij vaak net wel wil praten.'
'Patiënten
werpen visjes uit,' zegt Jan Van Buel, verpleegkundige van de
begeleidingsequipe voor palliatieve zorg van het Netwerk Waasland. Ik
ben kapot, zeggen ze dan. Of: het is niet goed met mij.
'Ze
zeggen dit het eerst tegen degenen die het dichtst bij hen staan. Maar
die hebben niet altijd door dat de patiënt wil praten. Of ze doen alsof
ze het niet begrijpen.'
'Er wordt al snel gesust,'
zegt Cosyns. '“Daar moet je nog niet mee bezig zijn,, krijgt iemand te
horen als hij wil praten over zijn
begrafenis. “Laten we het over andere dingen hebben., Maar hij is op dat moment bezig met die
begrafenis. Als je dat gesprek mijdt of kortwiekt, dan lukt ook een normaal gesprek nadien niet meer.'
Het
is de angst voor hevige emoties. Kan ik dat aan? 'Dat onvermogen om op
een volwassen, open en rustige manier met emoties om te gaan, hebben we
allemaal. Emoties zijn alomtegenwoordig, de media tonen ze voortdurend,
maar er zelf over spreken is iets heel anders. Dat leren de media niet.'
Sterk houden'Ik
ben altijd open geweest,' zegt Patrick. 'Maar het programma gaf me wel
een extra kans om over mijn situatie te praten met mijn omgeving. Hoe
moet je er anders over beginnen? 'Daar is ie weer', gaan mensen snel
denken. Door te praten over
Doodgraag Leven, kon ik ook andere dingen aan bod laten komen.'
'We
sterven zoals we geleefd hebben,' zegt Jan Van Buel. 'Mensen die hun
hele leven naast elkaar hebben bestaan, gaan niet plotseling hun
emoties uitbenen met elkaar, omdat een van hen terminaal is.' Bovendien
zit het 'zich sterk houden' diep ingebakken in onze opvoeding. 'Er is
ons geleerd dat we op onze tanden moeten bijten en dat is het beeld dat
we graag naar buiten brengen.'
Het positivisme, alvast in de eerste aflevering van
Doodgraag Leven,
valt op. Doodgaan met de glimlach. Werden momenten van angst,
vertwijfeling of woede getemperd, opdat de kijker niet zou wegzappen?
'Het programma is emotioneel, er zijn tranen en dat hoort erbij', zegt
Patrick. 'Maar het is niet tranerig, nee. We zijn positieve mensen. We
willen niet zaniken, we willen leven. (glimlacht)'
'Ik
heb die fase van woede en opstandigheid wel gehad', zegt Patrick. 'Maar
die is heel kort geweest. Het is de aard van het beestje. Ik heb ook
geen keuze. Anders kruip ik in een hoekje en kom ik er niet meer uit.
“Ben je niet aan het faken, Patrick,, vroeg ik me soms af? Ben je niet
een beeld aan het schetsen dat er niet is? Ik kan eerlijk zeggen: nee,
dat is niet zo. Dat ben ik echt.'
'In het begin van
mijn ziekte had ik wel meer behoefte om te praten met een lotgenoot. Je
kan die vragen stellen die je aan anderen niet kan stellen, waarop die
trouwens geen antwoord zouden kunnen geven.' De realiteit van de
terminale patiënt is zo anders. 'Dan voelde ik dat ik niet alleen ben.'
'Ik heb een lastige periode gehad toen ik drie
jaar geleden de diagnose kreeg,' zegt Kim. 'Ik was net beginnen te
werken, mijn leven moest nog beginnen. Plots kon ik geen lening
krijgen. Aan kinderen moest ik niet meer denken, want door de
behandeling was ik onvruchtbaar. Er zijn ook de fysieke ongemakken. Ik
ben jong in mijn hoofd, maar mijn lichaam wil niet mee. Daar lag ik
toen erg mee in de knoop.'
'Maar ik heb beseft dat
ik verder moet. Soms, heel soms, heb ik nog momenten van opstandigheid.
Als het fysiek minder gaat. Dan is er de twijfel, de grote vraag:
waarom ik? Maar op die momenten zijn er mijn vrienden, mijn familie en
Anneke om me er bovenop helpen.'
Stiekem afscheidSommigen
kunnen dat aanvaardingsproces inderdaad afronden en zeggen: en nu leef
ik elke dag zoals hij komt en geniet ik, zegt Van Buel. 'Zo zeggen ze
dat ook. Maar vaker komen die lastige vragen tot op het einde terug.
Vooral de avonden zijn moeilijk, het donker maakt onrustig. Het
grootste deel van de tijd zullen mensen dat gevoel echter parkeren. Ze
willen verder leven.'
Als die onrust er is, mag je
die niet uit de weg gaan, zegt Cosyns. 'Vaak gaat die over wie zal
achterblijven, over de kinderen, de partner. Dat is een van de
pijnlijkste dingen voor hen om uit te spreken. Zelfs wie verbaal sterk
is, klapt dan toe. Wat zal er met hen gebeuren? Wie zal mijn plaats
innemen? Dat wegwuiven door aan de patiënt eeuwige liefde te beloven,
helpt hem niet. Hij wil weten dat zijn partner het nadien goed zal
hebben.'
'Het moeilijkste is de pijn die je ziet
bij de mensen rond je,' zegt Patrick haperend. 'Je wil die verzachten,
je wil die wegnemen, maar dat kan je niet. Zij moeten net als jij
aanvaarden dat je afscheid moet nemen.'
'Van mensen
die ik niet vaak zie, neem ik nu al stiekem afscheid. Ik spreek dat
niet uit, dan wordt het al gauw emotioneel en er zijn al zoveel
emoties. Maar ik voel dat, in hoe ik iemand vastpak. Zij voelen dat
ook. Ze weten dat de kans klein is dat ze me zullen terugzien. Maar dat
kan je toch niet zeggen. We zullen nog wel eens afspreken, zeg je dan.'
'Soms
denk ik na over hoe het zal zijn als ik er niet meer ben,' zegt Kim.
'Ik zie iedereen dan ambras maken over mijn spullen. (lacht) Ik wil dat
mensen verder leven nadien, en ik zeg hun dat ook. Ik wil dat ze aan
mij kunnen terugdenken op momenten dat ze het moeilijk hebben. Dat is
een van de redenen waarom ik een graf wil. Ik wil dat mensen naar mijn
graf kunnen komen en vragen: Kim, wat zou jij doen in mijn plaats?'
'Vreemd
genoeg beschouw ik deze terminale ziekte nu vaak als een geschenk,'
zegt Patrick. 'Iedereen gaat dood, maar ik heb de tijd om afscheid te
nemen en zaken te regelen. Mijn zonen en ik genieten bewust van elkaar
en van de tijd die we nog hebben. Ik wil niet dat ze wakker liggen van
wat ze nog hadden willen zeggen. Er blijven altijd vragen, maar op een
aantal kan ik nu toch een antwoord geven en vinden.'
Afscheid
nemen is evenwicht zoeken. Er zijn altijd die twee kanten - de patiënt
en de naastbestanden, beiden met hun wensen en hun verlangens en hun
pijn. 'Mensen leven nu eenmaal in verband. En in deze fase, zeker als
mensen nog jong zijn, is er een hele entourage mee verbonden met zijn
lot. Met hen rekening houden, is ook goed voor de patiënt.'
'Het
is soms vreemd om te zien welk een ongelofelijke kracht het feit heeft
dat je gaat sterven. (schalks) Ik maak er geen misbruik van, maar je
zou alles gedaan kunnen krijgen. Mensen zouden hun hele agenda overhoop
gooien om zich vrij te maken voor jou.'
'Het heeft
geen zin om het perfecte afscheid voor te bereiden. Het is niet iets
waarvoor je kan repeteren. Weet je, in de reeks zit een scène, een
opname in het café van een bevriend muzikant. Afscheidsfeest, was de
titel die de productie eronder had gezet. Dat heb ik liever niet, heb
ik toen gezegd. Het is aan mij om te zeggen wat afscheid is.'
De Standaard, Isa van Doorsselaer
www.doodgraagleven.bewww.palliatief.be